Welke rol speelt research in dat schrijfproces?
Om te beginnen heb ik het dagboek dat mijn broer bijhield van zijn laatste reis minutieus nagelezen. Verder moest ik het vaak doen met mijn jeugdherinneringen. Maar als snel rees de vraag: Kunnen die iets ophelderen? Hoe betrouwbaar is ons geheugen?
Voor ik het boek kon afronden, besloot ik dat ik nog één ding moest doen: de reis maken die mijn kleine broer me had voorgedaan. Niet dat ik geloofde dat ik zijn voetsporen zou terugvinden, wel omdat ik wilde nagaan of het klopte wat hij in zijn dagboek schreef: ‘Het is hier anders stil dan thuis.’
Wat is de toon en stijl van de roman?
Dirk Leyman schreef hierover in De Morgen: “Taveirne, adept van het plastische, weelderige schrijven, hanteert een opvallend ingehoudener taalregister, zonder de soms mateloze fiorituren die we van haar gewend zijn.”
En Anne Louïse van den Dool in de lage landen: “Soms dreigen haar beschrijvingen ietwat sentimenteel te worden (familieleden die elkaar in de armen vallen en elkaars gezichten nat huilen). Toch vergeef je het de schrijver direct, omdat er zoveel pakkende beelden tegenover staan: volgeregende laarzen, de witte handschoenen van de begrafenisondernemer, de zoektocht naar de laatste rustplaats via Google Maps.”
Het boek is in de jij-vorm geschreven en kan dus gezien worden als een lange brief aan Wolf. “Met magisch schrijven haalt Taveirne haar broer terug,” zegt Anneleen Princen in Cutting Edge.
Welke boeken of auteurs hebben jou beïnvloed bij het schrijven?
Het boek is een onversneden ode aan de literatuur en dus krijgen mijn grote helden er ook een plekje in, zoals Charlotte Mutsaers en Jeffrey Eugenides. Ook ‘Voyage au bout de la nuit’ speelt een terugkerende rol. Net zoals het dagboek van Anne Frank, het sprookje van Roodkapje, Vrouw Holle, Sneeuwwitje en Icarus.
Ik citeer ook het werk van de Britse door mij zeer bewonderde Jeanette Winterson. In een boek van haar vond ik de woorden die me de moed gaven om dit boek af te werken: “Ik had woorden nodig, omdat ongelukkige families samenzweringen van stilte zijn. Diegene die de stilte doorbreekt, wordt dat nooit vergeven. Hij of zij moet leren om zichzelf te vergeven.”
De tocht van Wolf herinnert aan ‘Into the Wild’. Wolf reisde met een exemplaar van ‘On the Road’ op zak. En in zijn dagboek zijn verwijzingen naar ‘Brommer op zee’, het kortverhaal van Biesheuvel.
Welke thema’s komen in het boek aan bod?
Verdwijnen is een terugkerend thema in mijn oeuvre, net als zelfdoding en groeipijnen. Ik schrijf graag familiegeschiedenissen, waarbij ik me de vraag stel of we opgelopen trauma’s doorgeven van generatie op generatie. Ook dagboeken en brieven spelen een belangrijke rol in mijn werk. Verder benoemen mensen vaak een nostalgische sfeer als ze mijn boeken proberen te beschrijven. Alsof het zich afspeelt in de kleuren van een super-8-film.