Hoe kom je dan toch tot een zo goed mogelijk oordeel? Hoe vermijd je bijvoorbeeld dat de beste redenaar gaat domineren?
Joke: “Bij de Boon vond ik de zes juryleden aan elkaar gewaagd en ook complementair qua karakter. Ik heb al anders meegemaakt. In de jury van de Prijs der Nederlandse Letteren droeg ik een Surinaamse schrijver voor. Ik weet het een en ander van de Surinaamse literatuur, maar dat voorstel werd zonder discussie van tafel geveegd. Het kan dus wel gebeuren dat één stem een jurering domineert.”
Mustafa: “In ons clubje van de Boon konden we het enorm goed met elkaar vinden. Maar dat betekent niet dat ik als kapitein het schip nooit door woelige wateren heb geloodst. Af en toe heeft het gestormd. Dat mag. Ik vind dat je dat moet koesteren.”
Joke: “Wat bij ons wel gebeurd is, is dat juryleden hun mond zijn gaan voorbijpraten. Dat vind ik niet kunnen. Als jury ben je een groep, je maakt samen een keuze, dan moet je je niet gaan verontschuldigen bij je vriend die schrijver is omdat hij het niet is geworden. Dat is het respect dat je van de andere leden moet krijgen. Na afloop vroegen journalisten me soms ook wie het zou geworden zijn als ik het alleen voor het zeggen had gehad, maar dat doet er niet toe. Je bent met zes en je moet met zes tot een conclusie komen.”
Mustafa: “In onze groep zijn er tranen gevloeid toen iemands favoriet het niet werd. Ik vond dat een goed teken, dat iemand zo begaan is met een specifiek boek. Het toont hoezeer iemand een boek genegen kan zijn. Ik kan zelf zo ook wel twee, drie boeken noemen waarvan ik het echt jammer vind dat ze niet op de longlist stonden. Maar we hebben die lijst in eer en geweten opgesteld. Dat betekent dat je geeft en neemt. Dat is het mooie aan het spel. Zolang er niet wordt vergeten dat de short- en longlist en bij uitbreiding die laatste vijftig boeken ook heel goed zijn.”